Benzine tanken in Belgie

Ik zit op het terras van het hotel in Soest, het is hartje zomer maar er is geen kip te bekennen. Is iedereen dan toch echt naar het buitenland gegaan en rijden ze zich klem bij Lyon, Munchen of bij de St. Gotthard tunnel? Horden met Nederlanders sluiten zich in ieder geval aan in de rijen die zijn ontstaan bij de twee tankstations in Luxemburg. Lekker goedkoop, daar moeten we van profiteren, dat scheelt echt giga euro’s. Het tweede tankstation heeft het uiteraard drukker, want zoals het ons Nederlanders betaamd rijden we onze tank helemaal leeg tot aan dit tankstation, scheelt toch weer hè, minimaal 1 liter…yes!!!

Wij Nederlanders nemen dan op de koop toe dat we dan minimaal een uur in de rij, zeg maar gerust file, moeten staan. Maar we kunnen dan wel zeggen dat we de goedkoopste benzine van Europa hebben getankt. Zo… die kunnen we afstrepen van onze bucketlist, toch? Nee, we doen dit gewoon elkaar jaar weer. Hoe zielig kan dit toch zijn, we gaan ons ergeren voor 3 euro voordeel, kom op toch. Het is vakantie, rij toch gewoon lekker door, jullie ergeren je al groen en geel in Luxemburg en je moet nog zo’n 600 tot wel 1000 kilometer rijden.

Wisten jullie trouwens dat vanwege de lage belastingen op brandstof  dit Luxemburg jaarlijks 600 miljoen oplevert? Wie lacht wie nu uit?

Lekker rustig tank ik nog even vlak voor de grens met België, want door schade en schande heb ik wel geleerd dat er in België langs de grote wegen niet veel tankstations zijn. Als je Luik gepasseerd bent, vol met tankstations trouwens, moet je je billen samenknijpen en doorrijden en ja, dan wordt je inderdaad verlost in Luxemburg.  Zou dat alle Nederlanders overkomen zijn? En ja, gaat er geen lampje branden als je tankstation, naast tankstation ziet in Luik? Je denkt automatisch dat heel Belgie zo gevuld is toch? Nou mooi niet, rien!

Mijn partner en ik zijn ooit eens vergeten te tanken in Limburg, we dachten dat er genoeg stations waren in België, waar niet denk je dan. Ik let er eigenlijk al helemaal niet op, want bij ons in Nederland kun je op elke hoek van de straat bij wijze van spreken wel je auto vol gooien. Een beetje vergelijkbaar met de situatie in Amerika, waar je op elke hoek van de straat wel een hamburger kunt eten.

Maar goed, wij reden dus met een redelijk lege tank door de Belgische Ardennen. Je vraagt je toch ook af, waar tanken die gasten allemaal.  Uit pure wanhoop hebben we toen maar een afrit genomen en zijn richting de dorpjes gereden. Met de hoop dat er wel ergens een tankstation zou zijn. Normaal gesproken rijdt heel Nederland in colonne door de Ardennen richting het zuiden, inclusief moi! Maar goed nood breekt wet.

Na een aantal verlaten dorpjes te zijn gepasseerd, geen druppel benzine rijker kregen we het toch wel Spaans benauwd, of is het dan meer Ardenners benauwd? We reden voor ons gevoel steeds dieper de wilde donkere bossen van de Belgische Ardennen in. Op een gegeven moment kwamen we bij een heel klein gehucht, waar een ouderwets pompstation aanwezig was. We zijn er maar gestopt maar hadden het vermoeden dat dit een pre-historisch museumstuk was en dat deze hier gewoon stond als ‘moderne kunst’.  We reden het erf op en we hoorden een belletje rinkelen. Yes! Dat gaf bij mij de doorslag, dit moest toch wel een echt tankstation zijn en dat was gelukkig ook zo. Ik kon de man die uit het gebouwtje kwam lopen wel om zijn nek vliegen van blijdschap.Heb ik niet gedaan hoor, ik wil geen roddels in dat gehucht.

We waren gered, saved by the station! Dit was dan ook de eerste, maar ook de laatste keer dat we met een bijna lege tank de grens over rijden. Altijd zuid-Limburg als ‘last station’ en dan plankgas door België en Luxemburg op naar La Douce France

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *