Oude wijn bewaren, why?

Ik kan me natuurlijk vergissen maar ik meen dat iedereen die zijn eerste stappen zet in  wondere wereld van het wijn een min of meer gelijk traject aflegt. Het begint allemaal met een onmetelijke chaos van druiven, ‘appelations’ en wijngebieden waar we op een of andere manier vat op moeten weten te krijgen. Bij gebrek aan ervaring en/of uitgebreide kennis proberen we ons dan vast te houden aan een aantal vaste regels. Ongeacht of die stellingen nu al dan niet steek houden, ze laten ons wel toe om geleidelijk aan onze weg te vinden in het wijnuniversum. Een paar van die regels hebben betrekking op het onderscheid tussen de zogenaamde traditionele wijngebieden en de Nieuwe Wereld wijnen.

Zo wordt vaak beweerd dat de wijnen van de Nieuwe Wereld een uitgesproken fruitig karakter hebben. Uiteraard bezitten ze ook tannines maar die zitten dan verpakt in een “wow” structuur en worden begeleid door een flink opgekrikte dosis alcohol. Dit in tegenstelling met de wijnen uit de Oude Wereld en dan in het bijzonder deze uit de Bordeaux wijngaarden. Daar is de alcohol slechts in bescheiden mate aanwezig (zelden meer dan 13%) en treden de tannines meer op de voorgrond. Dat het fruitig karakter weggedrukt wordt door groene en zelfs ronduit bittere tonen is slechts bijzaak. Dit wijst immers op een groot bewaarpotentieel en de beloning lonkt voor de geduldige wijnliefhebber die na ettelijke jaren wachten finaal zijn flessen ontkurkt.

Ik heb al jaren een licht gevoel van misselijkheid bij stellingen van dit genre. Maar misschien ben ik geen echte wijnkenner en moet de wijsheid nog in mij varen. Feit is dat ik jaren geleden ronduit verrukt was van een wijn uit Pauillac. Ik geloof dat het een fles was uit 2002 of 2003. Omdat ik er maar één fles van had, besloot ik hem nauwelijks een paar dagen later reeds soldaat te maken. Ik herinner me nog levendig dat ik intens genoot van de fantastische aroma’s. Geen spoor van groene en bittere tannines maar wel een één en al smakelijke wijn. Natuurlijk nog rijkelijk voorzien van houttoetsen maar helemaal niet storend. Maar dit blijkt niet voor alle streekgenoten op te gaan. Ik kocht namelijk in die zelfde periode ook een ander exemplaar uit Pauillac van een andere wijnboer.

En in tegenstelling met die eerste fles heb ik hier wel enig geduld aan de dag gelegd voordat ik deze ging ontkurken. Helaas heb ik van deze tweede fles nooit dezelfde mate van verrukking geproefd. De wijn was veel strenger, harder en minder harmonieus en minder hartverwarmend dan zijn tegenhanger. Toen is bij mij de idee beginnen rijpen dat een wijn (ja, ook de Grand Cru’s uit Bordeaux) reeds van in hun jeugd een zekere mate van drinkplezier moeten kunnen verschaffen. Wijnen met harde en onbuigzame tannines worden volgens mij na pakweg 10 jaar oudering echt geen schoonheden indien er niet reeds voldoende fruitcharme aanwezig was van bij het begin.

Maar goed, terug naar ons dogmatisch onderscheid van de Oude en Nieuwe Wereld. Ik zit met een niet onaardige voorraad wijn en ik moet oppassen dat een aantal flessen niet stilaan voorbij hun hoogtepunt geraken en de neergang richting azijndom inzetten. Nog steeds met de stelling in het achterhoofd dat wijnen uit de Nieuwe Wereld in principe minder voor bewaring in aanmerking komen dan de traditionele Bordeaux grootheden, begon ik toch een lichte vrees te krijgen voor een aantal flessen. Een tijdje terug heb ik dan ook maar diverse risico-flessen aangeboord om deze soldaat te maken.

Ten tijde van het schrijven van deze blog was ik even niet in staat de notities op te schrijven van deze wijnen… maar één ding wel: ‘Verdomd lekker’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *